De 33-jarige staatsman Thomas Jefferson buigt zich over zijn bureau. Hij zoekt de woorden om een revolutie te rechtvaardigen. Woorden om een nieuwe natie op te grondvesten. Amerika. Een natie die gebouwd moet zijn op vrijheid… en gelijkwaardigheid. Maar hoe leg je die gelijkwaardigheid in een tekst vast?
Jefferson krijgt een ingeving, zijn hele gezicht licht op, hij noteert: "We hold these truths to be… sacred & undeniable, that all men are created equal..." Wij beschouwen de gelijkheid van de mens als heilig en onbetwistbaar..."
Heilig. Een woord dat verwijst naar een door God geschapen orde.
Maar de tekst gaat door de handen van het comité. Mannen van de Rede. Mannen van de Verlichting, zoals Benjamin Franklin. Hij proeft de woorden op zijn tong… ‘Heilig’? Dat is de taal van de preekstoel. Te religieus. Hij krast de woorden door…
En hij schrijft: "We hold these truths to be… self-evident, that all men are created equal."
De gelijkwaardigheid van mensen is niet meer heilig, maar… vanzelfsprekend.
Maar is het wel zo vanzelfsprekend? Want dezelfde man die deze woorden schrijft - Benjamin Franklin - bezit honderden slaven.
